STAATSBLAD VAN HET
KONINKRIJK DER NEDERLANDEN
(No. 46.) WET van den 3den Mei 1851, houdende wijziging in de wet van den 28sten Julij 1850
(Staatsblad no. 44).
WIJ WILLEM III, BIJ DE GRATIE GODS, KONING DER NEDERLANDEN, PRINS VAN ORANJE-NASSAU,
GROOT-HERTOG VAN LUXEMBURG, ENZ., ENZ., ENZ.
Allen die deze zullen zien of hooren lezen, salut!, doen te weten:
Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat aan het slot van artikel 1 der wet
van den 28sten Julij 1850 (Staatsblad no. 44) verkeerdelijk naar artikel 9 in plaats
van naar artikel 10 dier wet wordt verwezen, en dat het noodzakelijk is dit te herstellen;
Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord en met gemeen overleg der Staten-Generaal,
hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 9, aangehaald aan het slot van artikel 1 der wet van den 28sten julij 1850 (staatsblad no. 44), is veranderd in artikel 10.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Collegien en Ambtenaren, wien zulks aangaat, aan de naauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te Amsterdam, den 3den Mei 1851.
De Minister van Binnenlandsche Zaken,
THORBECKE
De Minister van Justitie,
N. van ROSENTHAL
De Staatsraad, Directeur van het Kabinet des Konings,
A.G.A. van RAPPARD
© Peter van Markus