STAATSBLAD VAN HET
KONINKRIJK DER NEDERLANDEN
(No. D16.) BESLUIT van 22 Mei 1943, houdende voorziening ter voorkoming van ongewenschte gevolgen van het na 9 Mei 1940
verkrijgen van een vreemde nationaliteit of een vreemd onderdaanschap door Nederlanders of Nederlandsche onderdanen uit
anderen hoofde.
WIJ WILHELMINA, BIJ DE GRATIE GODS, KONINGIN DER NEDERLANDEN,
PRINSES VAN ORANJE-NASSAU, ENZ., ENZ., ENZ.
Op de voordracht van Onze Ministers van Justitie, van Binnenlandsche Zaken, van Koloniën en van Buitenlandsche Zaken van
11 Mei 1943, No. 993/J.43;
Overwegende, dat het, gelet op de huidige buitengewone omstandigheden, noodzakelijk is een voorziening te treffen
ter voorkoming van ongewenschte gevolgen van het verkrijgen van een vreemde nationaliteit of een vreemd onderdaanschap
door Nederlanders of Nederlandsche onderdanen uit anderen hoofde;
Overwegende, dat zich hier een geval voordoet van spoedeischenden aard, als voorzien in artikel 50 der Surinaamsche
Staatsregeling en in artikel 50 der Curaçaosche Staatsregeling, waarin de Staten van Suriname en van Curaçao niet
kunnen worden gehoord;
Den Buitengewonen Raad van Advies gehoord;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Door het na 9 Mei 1940 verkrijgen of deelachtig worden van de nationateit of het onderdaanschap van een Staat, waarmede Wij
ten tijde dier verkrijging geen diplomatieke betrekkingen onderhielden of onderhouden, wordt, tenzij die betrekking
tusschen 9 Mei 1940 en het tijdstip waarop dit besluit in werking treedt, zijn tot stand gebracht, het Nederlanderschap
noch het Nederlandsch onderdaanschap verloren dan indien Wij zulks uitdrukkelijk verklaren.
Van een verklaring als bedoeld in het vorige lid wordt mededeeling gedaan in de Staatscourant.
Dit besluit is mede verbindend voor Nederlandsch-Indië, Suriname en Curaçao en treedt in werking op den dag volgende op dien zijner afkondiging.
Onze Ministers van Justitie, van Binnenlandsche Zaken, van Koloniën en van Buitenlandsche Zaken zijn, ieder voor zoover hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Londen, den 22sten Mei 1943.
De Minister van Justitie,
VAN ANGEREN.
De Minister van Binnenlandsche Zaken,
VAN BOEIJEN.
De Minister van Koloniën,
H.J. VAN MOOK.
De Minister van Buitenlandsche Zaken,
E.N. VAN KLEFFENS.
De Minister van Justitie,
VAN ANGEREN.
© Peter van Markus